Bij een programma dient de doelgerichtheid als drijvende kracht Een programma heeft veel doelen, waarvan enkele op gespannen voet met elkaar mogen staan. De op de na te streven doelen gerichte inspanningen kunnen het karakter dragen van een improvisatie, routine of project.
Een programma doorloopt drie stadia: opbouw, effectuering en afbouw. En de programma-aanpak kent vijf processen: programmeren, besturen en autoriseren, afstemmen en samenwerken.
Elk van deze vijf processen draagt bij aan twee dingen. Steeds dichterbij komende doelen en goede samenwerking.
De programma-aanpak is universeel toepasbaar. Bij R&D, in de sport, voor recreatie. Bij industrie, overheid en dienstverlening.
Programma’s vallen niet uit de lucht. U moet ze zelf maken. Samen met anderen.

Bron: Wijnen G. en R. Kor, 50 checklisten voor project- en programmamanagement, Kluwer, 2001
Theo van der Tak
033 4677477
tta@tg.nl