Denkgewoonten draaien om het gemak waarop we leren. Denkgewoonten zijn de resultante van:
- onze denkwijze
- wat er in ons hoofd omgaat
- wat er om ons heen gebeurt
- hoe we onze mening vormen
- hoe we dingen op een rij zetten
- hoe we meningen vergelijken.
Wij noemen dat denkgewoonten en het gaat om de mate waarin deze bijdragen aan of afbreuk doen aan het gemak waarop geleerd wordt.
Hoezo ‘gewoonten’?
Het gaat daarbij dus om gewoonten, om wat we gewend zijn te doen. Het gaat dus niet om de vraag of we het wel of niet kúnnen. Het kan bijvoorbeeld gaan over de vraag óf we de tijd nemen om dingen te overdenken, niet of we in staat zijn om te overdenken.
Wat zijn de zes denkgewoonten?
Het denken kent zes bouwstenen, die zich twee aan twee laten ordenen.
1 & 2: Constructie en conformisme
We halen ergens onze ideeën vandaan. Het kan zijn dat we die uit een eigen database halen, één op één, of door informatie te koppelen. Dit noemen we constructie. Als we zeer onverwachtse combinaties maken en in ‘het wilde weg’ associëren, dan levert dat ook creativiteit op, nieuwe oplossingen. De constructie is dan hoog. Maar loopt dit de spuigaten uit, dan wordt het onnavolgbaar.
Het kan ook zijn dat we de ideeën liever bij de anderen weghalen, overnemen eigenlijk. Dit is een conformistische manier van denken. Het levert meer navolgbaarheid en snelheid op. Het resultaat van constructie en conformisme is het komen met een voorlopige oplossing, een hypothese.
3&4: Intra-actie en interactie
Vervolgens is de vraag: hoe stevig is die hypothese? Houdt deze stand? Dat kunnen we op twee manieren onderzoeken. De eerste is de hypothese zelf onder de loep nemen. Door er dus in gedachten omheen te lopen en van alle kanten te belichten. We noemen dit intra-actie. Mensen die hier goed in zijn, kunnen grote hoeveelheden informatie heel scherp analyseren. Nadeel is dat deze mensen door hun omgeving vaak als volgt worden ervaren: hij of zij hoort of ziet mij niet echt.
Een andere manier om de hypothese te verstevigen is aan anderen hun mening te vragen. We noemen dit interactie. Mensen die dit gebruiken, worden vaak ervaren als prettige gesprekspartners. Ze creëren gemakkelijk draagvlak, maar deze kwaliteit kan deze personen ook ‘trager’ maken.
5&6: Reproductie en reflectie
Ten slotte gaat het om het volgen van het uiteindelijke proces, de uitvoering. Doen we dat op een manier waarbij het gemaakte plan het houvast biedt en doen we alles om hieraan vast te houden? Dan noemen we deze denkgewoonte reproductie. Is het plan alleen maar een hulpmiddel en vindt de denker het prima om dat steeds bij te stellen, dan spreken we van reflectie. Reflectie en reproductie zijn een soort cockpit-vaardigheden. Ze houden toezicht op het totaal. Reproductie is herleidbaar, maar kan ook star worden. Reflectie is flexibel, maar kan ook ten koste gaan van de resultaatgerichtheid.
Bron: Liefde voor Leren, Manon Ruijters

