De kern van beide benaderingen is:
- programma’s zijn verzamelingen doelen, inspanningen en middelen
- scheiding van de verantwoordelijkheid voor doel en resultaat is essentieel
- samenwerking is belangrijker dan onderhandelen
- plannen en monitoren vormen een grondslag
- risico´s en stakeholders zijn te managen
- bewust kiezen voor stoppen of doorgaan moet geregeld worden
- dat rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn goed te definiëren.
De verschillen zijn als volgt aan te duiden:
- MSP besteedt geen aandacht aan de totstandkoming van de inhoud van een programma, PGM doet dat in hogere mate met het DIN en DIM als veelgebruikte concepten
- MSP laat een programma ophouden als de capabilities (vergelijkbaar met de resultaten) voor de organisatie geleverd zijn, PGM als de besluitvormer vindt dat de doelen voldoende nagestreefd zijn
- MSP is sterk in het definiëren van begrippen, maar geeft geen invulling van de besturing van een programma. PGM doet dat wel in de concepten van THEFD
- MSP kent een aparte veranderingsmanager in de lijnorganisatie, PGM kent daarvoor verschillende vormen
- MSP is toepasbaar in bedrijven bij “ontwerpachtige” veranderingen, PGM is ook toepasbaar op organische veranderingen en op beleidsprogramma’s van overheden
Bron: Wijnen, G., T. van der Tak, Programmamanagement, sturen op samenhang, Kluwer, 2006. R. Hof, De kleine MSP, Ten Hagen Stam: 2001. B. Hedeman en G. Vis van Heemst, Programmamanagement op basis van MSP – een introductie, Van Haren Publishing, 2005. PMI Nederland, Discussieverslag 10 maart 2004, Programmagroep Programmamanagement.

