Een programmamanager zal regelmatig willen weten hoe het er voorstaat met zijn programma. Voor zichzelf, maar ook voor zijn opdrachtgever en andere betrokkenen of belanghebbenden.
In veel gevallen volstaat daarbij de reguliere voortgangsbewaking op de besturingscriteria. In bijzondere gevallen zal een speciaal oordeel georganiseerd moeten worden. Denk hierbij aan gevallen die betrekking hebben op nieuwe, onverwachte in- of externe kansen of bedreigingen. Of aan een in- of externe partij die een expliciet oordeel wenst. Over het verloop van een programma en over de actuele en geplande stand van zaken.
Valkuilen:
- waar nodig treft men toch geen bijsturingsmaatregelen
- er bestaat maar een vorm van planning, namelijk de optimistische
- de rol van de actoren in de relevante omgeving is onduidelijk. Wie mag meedenken, meeweten en meebeslissen
- er wordt een evaluatie uitgevoerd. Zodat alsnog de ‘zondebokken’ in het programma gevonden kunnen worden
- niemand durft te besluiten dat er geen behoefte meer bestaat aan het programma


